Introductie

Het voormalige vliegveld van Brustem werd voor het eerst in gebruik genomen door de Belgische Luchtmacht in 1936. Niet meer dan een grasveld, moest dit dienst doen als uitwijkvliegveld voor het 3de en 4de smaldeel van het Tweede Jacht Regiment dat gestationeerd was te Nijvel. De Belgische regering, net zoals de Franse en andere West-Europese regeringen, vreesde immers conflict met het naburige Duitsland, waar sinds 1933 Adolf Hitler als Führer de macht had genomen, en wilde daarom militair haar voorzorgen nemen.

Bovenaan de vliegbasis. Onderaan het voormalige klooster Saffraanberg, huisvesting van de 48ste FG en de 305de BG

Bovenaan de vliegbasis. Onderaan het voormalige klooster Saffraanberg, huisvesting van de 48ste FG en de 305de BG.

Op 10 mei 1940 werd deze vrees bewaarheid. Voor de tweede keer in iets meer dan 25 jaren, viel Duitsland opnieuw België binnen. De twee squadrons van Nijvel slaagden erin de Duitse aanvallen en bombardementen te ontwijken, en landden die dag te Brustem. Maar reeds in de namiddag van 10 mei, werd het grootste deel van haar Fiat CR 42 toestellen vernietigd door Messerschmitt ME-109’s en Stuka-duikbommenwerpers. Slechts zes toestellen slaagden erin om op 11 mei te ontsnappen naar Frankrijk.

De Duitsers bezetten Sint-Truiden op 12 mei en namen het grasveld in gebruik. Eerst als basis om het Duitse grondleger te ondersteunen in haar verovering van Frankrijk en vervolgens als ondersteuningsvliegveld voor de operaties van de Luftwaffe tegen Engeland. Vrij snel werden omliggende landbouwpercelen opgeëist om het veld uit te breiden. In de loop van 1941 en 1942 maakte de Luftwaffe van Brustem een permanente vliegbasis : diverse stelplaatsen voor vliegtuigen, loodsen, gebouwen, munitiedepots, luchtverdedigingsstellingen, woonverblijven te Bevingen, enz. werden gebouwd alsook drie startbanen. Twee banen van 1450 meter en één piste van 1250 meter lang. Alle drie pistes waren ongeveer 50 meter breed.

De vliegbasis, voor de Duitsers bekend als Fliegerhorst 309, werd een integraal deel van de Kammhuberlinie – naam voor de verdedigingslinie tegen de Britse bommenwerpers die begonnen waren met ’s nachts Duitse steden te bombarderen. Pal gelegen in de doorgang naar de Ruhr, het industriële hart van de Duitse oorlogsmachine, werd Sint-Truiden al snel één van de belangrijkste nachtjacht-basissen van de Luftwaffe. Van 6 maart 1942 tot maart 1944, was zij thuisbasis voor het bekende II./NJG 1 (2de Groep van NachtJagdGeschwader 1). Het IV./NJG 1 nam de basis in gebruik van maart 1944 tot september 1944. Gedurende vier lange en harde jaren, was Sint-Truiden bezet door het Duitse leger en praktisch dagelijks, geconfronteerd met de horror van de oorlog.

8 september 1944 betekende de bevrijding van Sint-Truiden door de Amerikanen (2de US Pantserdivisie). Vrij snel volgde het 834ste Aviation Engineer Battalion dat onmiddellijk startte met het herstellen van de vliegbasis en haar infrastructuur. Op 30 september verklaarde zij het vliegveld Station A-92 operationeel klaar voor gebruik. Die dag arriveerde ook de voorwacht van de 404de Fighter Group van de Amerikaanse 9de Luchtmacht (9th Air Force).

De 404de Fighter Group, met het 506de, 507de en 508ste als haar drie Squadrons, was onderdeel van het IXde TAC van de Amerikaanse 9de luchtmacht. TAC staat hier voor Tactical Air Command of tactische luchtmacht wat betekende dat de 404de in ondersteuning vloog van het Amerikaanse grondleger. Dag in dag uit (als het weer het toeliet tenminste) voerden de piloten met hun P-47 Thunderbolt grondaanvallen uit op doelen zoals spoorwegstations, voertuigen, tanks, verdedigingsstellingen van de vijand in versterkte dorpen en bunkers, enz. Binnen een week werd de 404de gevold door de 48ste Fighter Group met haar drie squadrons, het 492ste, 493ste en 494ste. Voor een periode iets langer dan zes maanden, werd de basis de thuis voor om en bij 160 Thunderbolts en 2.500 Amerikanen.

Wanneer beide Fighter Groups Sint-Truiden verlieten voor hun volgende basissen in Duitsland, nam de 386ste Bomb Group (medium) hun plaats in. Deze eenheid vloog met de A-26 Invader en was eveneens een onderdeel van de 9de US Air Force. Op haar beurt werd deze eenheid in juli 1945 opgevolgd door de 305de Bomb Group (heavy) van de Amerikaanse 8ste Luchtmacht. De 305de zou vanuit Brustem vliegen tot december 1945 om haar taak te vervullen in het Casey Jones Project.

Pas in 1947 nam de nieuwe Belgische Luchtmacht de basis te Brustem opnieuw in gebruik en zou deze in de loop van de jaren 50 en 60 uitbreiden. Vanaf de jaren 1960 tot haar sluiting in 1996, was de vliegbasis de thuis voor het vervolmakingscentrum van de Belgische Luchtmacht, en vlogen de leerling-piloten eerst met de Fouga Magister en vervolgens diens opvolger, de Alpha Jet. Gedurende een korte doch spectaculaire periode (1965 – 1977) was de vliegbasis ook de thuis van de Rode Duivels van de Belgische Luchtmacht.